5 avr. 2012

Poésie en mouvement (2): une polka plus loin

Découvert récemment Jotie T'Hooft, poète flamand mort en 1977 à 21 ans et Wisława Szymborska, poétesse polonaise, prix Nobel de la littérature en 1996, décédée le 1er février de cette année.

L'un juvénile, dépendant dès ses 14 ans, littéraire, sensible, emporté, interné, isolé, entouré, décalé, suicidaire et suicidé, expérimentateur de toutes les drogues et dont la poésie se rapproche des thèmes néo-romantiques tels que la mort, la confrontation et la coupure d'avec la réalité, la fuite, la pureté, la beauté, le rêve, l'impossibilité de réaliser ses désirs. L'autre, forte mais féminine, dont la poésie conjuguant élégance linguistique et précision ironique, 'replace des fragments de l'existence humaine dans leur contexte historique et biologique'.


Junkieverdriet
(Jotie T'Hooft uit
Junkieverdriet, 1976)

Mijn eeuwenoud, mijn levenslang junkieverdriet
Van geboortepijn tot nu mijn eenzaamheid
Die ik deel met duizenden nu ik weet wat ik weet:
Dat de mens een naald is zoekend naar een ader
Zoekend naar de kiespijn van zijn ver verleden.

Junkieverdriet, bass-toon van deze tijd
Waar de verschopte verschaalt in een dode hoek
Van het denkperspectief, in de paranoia
Van de kleine penis en de schizofrenie van schaamte.

In deze wereld mijn waansisteem werd liefde
Een misdrijf in het duister en reizen kruipen
Uit de schaduw der ouders naar de schaduw van de dood.
Verdrinken tijdens de armslag naar meer.

Licht van alle licht, licht
Dat niet dooft met de dagen en mijn geheugen
Voortdurend doorschijnt, licht licht
Dat niet zinkt in de stof het woord
Dat muis is knagend binnen klein bestek,
Licht dat bomen doorruist en water, licht
Dat leeft op de vloedlijn bij springtij,
Tussen afkick en hit, wit licht, witte hitte
.

O, al de balzalen
(Jotie T'Hooft, Schreeuwlandschap, 1975)

O, al de balzalen van mijn jeugd
zijn nu bestoft en verlaten.
De vrienden die er bleven zijn mij vreemd,
maken geluid door de barst in hun gelaten.

Onder de slingers en het licht van weleer
zetten zij de polka verder van de dromen,
de quick-step van het verjaarde zeer
cirkels dansend om nooit aan te komen.

Dancings waarin spreken spasme wordt
vriendschap sjacheren met moederkoren
en waar mijn hart toen is verdord
want de zachtheid ging erin verloren

aan mijn dorst naar geilheid en glamour.
Ik ben vrucht en kan slechts vallen;
gij roept mij toe: ‘l’amour, toujours l’amour’
maar ik zie u: likkebaarden, lallen.

Aucun commentaire: